Ludger

leven (4H + 4V)
---Ludgercollege gs
---afkomst en onderwijs
---voortgezet onderwijs
---bij de Friezen, Italië
---bij de Saksen, Münster
---Ludger de voltooier
---Ludgers bekendheid
---Ludger en de Achterhoek

kerken

scholen

monumenten

boeken

verenigingen

actueel

ludgerpad

nieuwsbrieven

e.ivens@hccnet.nl

LUDGER (LIUDGER, LUDGERUS) LEVEN EN WERK

Ludgercollege – Geschiedenisles 4H / 4V


Met de geschiedenissectie van het Ludgercollege in Doetinchem heeft de Ludgerkring afgesproken informatie over Ludger op de website te plaatsen voor de leerlingen van 4H / 4V. Deze informatie is bedoeld als lesstof die aansluit bij hun geschiedenisboek:

----- 4-Havo: Geschiedeniswerkplaats, paragraaf 3.4: Christendom in Europa
----- 4-VWO: Feniks, paragraaf 3.2: Christendom in Europa


AANSLUITING BIJ DE LESBOEKEN

In het genoemde hoofdstuk van beide boeken is een aantal zaken uiteengezet. Hier puntsgewijs in hoofdzaken weergegeven:

De bekering tot het christendom in de streken die het latere Nederland vormden, gebeurde vanuit het rijk der Franken, een machtige verzameling van stammen. Hun koning, Clovis, liet zich omstreeks 500 dopen. Tegelijk met hem werd een groot aantal krijgers gedoopt. De verbreiding van het geloof vond plaats onder en door versterking van de politieke en militaire macht. Dit samengaan van religie en macht ging door onder de opvolgers van Clovis. De voorgangers van Karel de Grote (geboren in 742, regerend van 768 tot 814), zetten deze machtspolitiek voort en Karel zelf vooral. Hij werd koning en later keizer van het grote rijk der Franken, dat ook het zuidelijke deel van de Nederlanden omvatte. Hij ging het meest ver in het vrij maken van de weg voor het brengen van het christendom. Hij trachtte zo de paus te ondersteunen en had veel succes. Hij bracht door zijn harde militaire optreden, zeker in onze ogen, het bekeringswerk eigenlijk in verlegenheid, maar zette door. Het christendom bracht stabiliteit in zijn rijk en dat was ook de bedoeling.

In ons land verzetten de Friezen en Saksen zich sterk tegen de Franken. De Friezen zaten al eeuwen in het noorden, maar hadden hun macht uitgebreid langs de hele kust en landinwaarts tot Utrecht toe. De Saksen toonden zich taai in Duitsland en het het oosten van ons land. (Tot het grote Frankische rijk hoorden in ons land het huidige Brabant en Limburg, de Betuwe, Veluwe en Liemers.) De verbreiding van het geloof in noordelijke en oostelijke richting verliep door het verzet van de Friezen en Saksen uiterst moeizaam.

Met de komst van Angelsaksische missionarissen, die in Ierland en Engeland (York) waren opgeleid, ging het bekeringswerk wat beter. Zij hadden meer verwantschap met de Friezen en Saksen. De grote namen voor de bekering in ons land zijn die van Willibrord en Bonifatius. Willibrord kwam in 690, Bonufatius in 716. Zij ondervonden ook weerstand, maar minder dan hun Frankische voorgangers. Willibrord werd in 695 de eerste bisschop van Utrecht. Dat het bekeringswerk nog steeds moeizaam verliep, ondervond Bonifatius aan den lijve. Hij werd in 754 bij Dokkum door Friezen vermoord (niet in 734 zoals het VWO-boek Feniks vermeldt). In Duitsland, waar hij veel werk deed – Friesland was hem vaak te heet onder de voeten – heeft Bonifatius veel meer succes gehad. Onder de Friezen ging jaren later Ludger aan het werk.